TKV logo
Volkskrant, 28 december 2010

Topsport met lastig imago

'Louis, laat je niet afleiden. Nu trainen. Concentratie, Louis!' Het staccato van coach Zsolt Kerekes (38) galmt door de Groningse ijshal. Hij bekijkt zijn twaalfjarige pupil met een frons. 'Soms moet je streng zijn. Jongens zijn nog zo speels op deze leeftijd.'
Louis draait een pirouettenserie op de betonnen vloer. Naast hem doen Kevin en Michel hetzelfde. Als vissen op het droge. Onder hun opengeritste trainingsjasjes glimmen de schaatstenues. Verderop glanst de maagdelijke ijsvloer.
Het is zaterdagochtend, even voor negenen. Het Nederlands Kampioenschap Kunstrijden staat op het punt van beginnen. Louis Dzjanchangirov , Kevin Andrioli en Michel Tsiba openen het bal. De drie 12-jarigen zijn de jongste categorie bij het mannenschaatsen, de Debutanten - Debs in de wandelgangen. Klokslag negen uur wordt de muziek weggedraaid en zingt een bibberend meisje het Wilhelmus.
Nog een keer oefenen de jongens de sprongen met exotische namen als Lutz, de Axel en Salchow, vernoemd naar hun bedenkers. De handen sierlijk boven het hoofd, of stoer in de zij. Michel, Kevin en Louis doen de sprongen 'dubbel,' dat wil zeggen dat ze in de lucht twee keer om hun as draaien.
Professionals doen ze drie- of zelfs viervoudig. Maar ook om dubbele sprongen te kunnen maken, moet je flink getraind zijn. Zo'n twaalf uur per week trainen deze jongens. Tien uur op het ijs en twee uur op het droge: krachttraining, of ballet.
'Voor andere dingen houd je niet veel tijd over', zegt Michel. 'Ik kan maar een of twee keer per week met mijn vrienden afspreken.' Drie keer per week rijden zijn ouders hem van hun woonplaats Zandvoort naar de ijsbaan van Breda om te trainen. 'Dat is ook wel moeilijk voor hen, ze hebben allebei een baan.' Maar als hij over drie of zes jaar op de Olympische Winterspelen staat, zullen ze het hem wel vergeven, denkt hij.
Kunstschaatsen is geen grote sport in Nederland. Niet in aantallen: bij de kunstschaatstak van de KNSB staan een kleine tweeënhalfduizend leden ingeschreven - tegenover ruim 12 duizend bij het langebaanschaatsen. Ook in uitstraling is het een kleine sport. Kunstschaatsen geldt als tuttig, met een zweem van Oost-Europese dril.
Kevin is daar al lang aan gewend: 'Als ik op school zeg dat ik een schaatswedstrijd heb, vragen ze hoeveel meter ik moet rijden. Als ik zeg dat ik op kunstschaatsen zit moeten ze soms lachen.' Hij rolt vermoeid met zijn ogen. 'Ik vind het een even normale sport als voetbal of tennis.'

Extreem

Joan Haanappel (70), oud-kunstschaatsrijdster en kunstschaatspresentatrice, strijdt al een halve eeuw voor het imago van de sport in Nederland. 'Kunstschaatsen is misschien wel de moeilijkste sport die ik ken. Het is een extreme sport. Je hebt er kracht bij nodig, elegantie, muzikaliteit. Maar vooral discipline.
'Wij Nederlanders zijn niet zo'n gedisciplineerd volkje. Jonge kinderen die twee uur per dag trainen, dat vinden we hier maar niks. Sport moet vrijblijvend zijn.' Toch groeide het kunstschaatsen in Nederland, de afgelopen jaren. Dat is het directe gevolg van tv-shows als Sterren Dansen op het IJs en Dancing on Ice. 'Op een gegeven moment waren de programma's gelijktijdig op tv. Toen stroomden de inschrijvingen binnen.'
In Nederland is kunstschaatsen een meisjessport. Ook in Groningen zijn ze in de meerderheid. Ze trippelen voorbij in oogverblindende jurkjes. Alles kan: van zwartfluweel, tot matrozenpak of kleurige Dirndl. Als het maar strak zit en glittert. Op de tribune besmeren moeders de gespannen gezichtjes met felgekleurde oogschaduw en worden knotten onverwoestbaar gemaakt met grote hoeveelheden haarlak.
Jongens winnen voor het kunstschaatsen is moeilijk. Haanappel vreest dat dit ook dat iets met de Nederlandse cultuur te maken heeft. 'In Rusland en de Verenigde Staten is ballet deel van de opvoeding, ook voor jongens. Het is juist mannelijk. Hier vinden de meeste mensen het een mietjessport.'
Het vermoeden dat Kevin, Louis en Michel vanwege hun exotische achternamen tot gerenommeerde buitenlandse kunstschaatsgeslachten behoren, blijkt onjuist. Alle drie kwamen ze toevallig met het kunstschaatsen in aanraking. Michel omdat hij eigenlijk wilde ijshockeyen en de basisschaatstechnieken in een kunstschaatsklasje moest aanleren, Kevin via een kennis en Louis omdat hij het op tv had gezien.
Louis' moeder herinnert zich dat nog goed: 'Hij was zeven jaar, zag het op tv en zei: mama, dit wil ik ook. Hij zat op tennis op dat moment.' Ze schreef Louis in bij de dichtstbijzijnde ijsbaan, in Zoetermeer. Louis bleek getalenteerd en werd ontdekt door Zsolt Kerekes, die eerder Manouck Gijsman begeleidde, Nederlands grootste kunstschaatstalent van dit moment. Inmiddels hebben Kerekes en Louis' moeder een verhouding en wonen trainer en pupil bij elkaar in huis.
De stadionspeaker kondigt de eerste rijder aan. Midden op de ijsvloer maakt Michel een diepe buiging naar de jury. Hij rijdt zonder te vallen. Ook Kevin rijdt goed: in zijn zwarte batmanpak wervelt hij over het ijs, rakelings langs de jurytafel waar een tiental mannen en vrouwen zijn verrichtingen vanachter hun laptops in de gaten houden. Kevin valt een keer en krijgt een paar punten minder dan Michel. Toch is hij tevreden.

Ziek

Louis gaat bij zijn eerste sprong onderuit. Op de tribune slaat zijn moeder de handen voor de ogen. 'Ik dacht het al, ik dacht het al. Louis was deze week ziek. Hij heeft vijf dagen niet op het ijs gestaan.' Ook de tweede sprongenserie gaat de mist in. 'We hadden zijn schaatsen ook niet op het laatste moment nog moeten laten slijpen, dat is hij niet gewend.' Louis' zusje bijt op haar lip.
Louis schaatst met een schuldbewuste blik op Kerekes af. Samen wachten ze op de met bloemstukken omringde bank op de jurywaardering. Drie kleine meisjes brengen een flesje water en een banaan. Als de beoordelingen in beeld zijn geweest kluunt Louis met hangende schouders naar de kleedkamer.

Chillen

Een half uur later liggen de jongens gebroederlijk op fatboys. Ze 'chillen', in hun eigen woorden. 'We zijn natuurlijk concurrenten, maar eigenlijk ook vrienden,' legt Kevin uit. 'Dat gaat zo als je elkaar heel vaak ziet. We willen allemaal winnen, maar we pikken het ook als de ander wint.'
Louis lijkt de teleurstelling alweer te boven. 'Morgen bij de lange kur kan ik nog veel goed maken.' Nu heeft hij heel andere zorgen. 'Dat over die glimmende pakjes komt toch niet in de krant, he? Dan zeggen ze in de klas dat ik gay ben.'
Dat kunstschaatsen een homosport is, hebben ze allemaal wel eens te horen gekregen. 'Dat zijn we niet hoor. Echt niet.' Als iemand zegt dat ik homo ben ga ik slaan, of ik pak ze terug op hun zwakke punten', zegt Louis. Kevin: 'Heel veel mensen zeggen dat ik homo ben. Maar als ze me hebben zien schaatsen nemen ze hun woorden wel terug.' Hij merkte het gisteren nog. 'Een jongen die me op school nog had uitgelachen, wenste me gisteren op MSN succes.'

Imago

Haanappel vindt het jammer dat dit de jongens zo bezig houdt. 'Ik vind het best verdrietig, dat imago.' Laatst kreeg ze nog een brief van een vrouw die haar getalenteerde zoon van kunstschaatsen had gehaald omdat hij er zo mee gepest werd op school. 'Op die manier gaan we de oorlog natuurlijk niet winnen.'
Ook de KNSB zou zich meer moeten inzetten voor het kunstschaatsen, vindt ze. 'We krijgen genoeg om niet te verzuipen, maar meer ook niet.' Kerekes is het daarmee eens: 'Het langebaanschaatsen wordt veel beter ondersteund, dat is jammer.' Een initiatief onder leiding van Haanappel om een onafhankelijke kunstschaatsbond op te richten, strandde door geldgebrek.
De Nederlandse kunstschaatssenioren van nu behoren niet tot de wereldtop. Of het deze jongens wel gaat lukken de top te bereiken, vindt Haanappel moeilijk in te schatten. 'Er schaatst een aantal meisjes rond die zeer getalenteerd zijn, maar die zijn wat ouder. Deze jongens zijn nog zo klein, dat moet je nog afwachten. Maar het is wel erg leuk om naar te kijken.' Kampioen De jongens zijn inmiddels weer bezig met hun dagprogramma: trainen en tussendoor nog wat huiswerk maken. 'Af en toe is het wel veel,' vindt Kevin. Een jaar geleden wilde hij stoppen met schaatsen. 'Omdat ik dan meer tijd had om andere dingen te doen.' Op het NK maakte hij een deal met Florian Gostelie, een oudere schaatser. 'Hij zei: als jij morgen Nederlands kampioen wordt, ga je door met schaatsen. Toen werd ik kampioen. Nu wil ik doorgaan, ook als ik morgen geen kampioen word.'

Made by Solvasoft